Pre-flight checklist voor het vliegen met je drone

Gebruik onderstaande checklist om je goed voor te bereiden, tijdens de vlucht alert te blijven en na afloop netjes af te ronden.

Controleer je vlieglocatie altijd vooraf op de no-fly zone kaart.

1Voorbereiding

In welke categorie valt je vlucht?

De regels hangen af van het risico van je vlucht, niet van zakelijk of hobbymatig gebruik. Controleer of je binnen de open categorie blijft of een vergunning of verklaring voor de specifieke categorie nodig hebt.

Zakelijk gebruik drone
Is je drone geregistreerd bij de RDW?

Drones van 250 gram of zwaarder (en lichtere drones met camera, tenzij speelgoed) moeten een exploitantnummer hebben dat zichtbaar op de drone staat. Regel dit vooraf via rdw.nl.

Heb je het juiste vliegbewijs voor je subcategorie?

Voor A1/A3 heb je het online EU-vliegbewijs basis nodig. Voor A2 doe je daarnaast een praktische zelfopleiding en een aanvullende kennistest. Controleer ook de geldigheid: een vliegbewijs is 5 jaar geldig.

Overzicht subcategorieën
Inspecteer de omgeving op obstakels

Kijk vooraf naar zendmasten, hoogspanningskabels, kranen en andere hoge objecten in de omgeving van je vlieglocatie.

Check de actuele weersverwachting

Vermijd regen, mist en te harde wind. Houd rekening met de maximale windsnelheid die jouw droneklasse aankan.

Sla oude foto's en video's op en formatteer je SD kaart

Zet eerst al je bestanden veilig, bijvoorbeeld in de cloud of op een externe schijf, voordat je de kaart formatteert.

Laad je accu's volledig op

Neem minimaal twee accu's mee. Afhankelijk van het model vlieg je gemiddeld 15 tot 30 minuten per accu.

Controleer je locatie op de no-fly zone kaart

Kijk of je vlieglocatie niet in een verboden of beperkt gebied ligt en houd rekening met de afstand tot wegen, spoorlijnen en bebouwing.

No-fly zone kaart

2Tijdens de vlucht

Vlieg je binnenshuis? Zet de GPS uit

Binnenshuis kan een verkeerd GPS signaal onverwachte bewegingen veroorzaken. Schakel de functie daarom uit.

Houd de accuduur in de gaten

Land ruim voordat de accu leeg is, een noodlanding is riskanter dan een iets kortere vlucht.

Bij vreemd gedrag: land direct

Zet de drone bij onverwachte bewegingen zo snel mogelijk aan de grond en houd het toestel onder controle tot het geland is.

Houd de drone altijd in het zicht

In de open categorie moet je de drone permanent kunnen zien (VLOS). De maximale vlieghoogte is 120 meter boven het maaiveld.

Houd je omgeving in de gaten

Let op bewegend verkeer en omstanders, en geef altijd voorrang aan bemand luchtverkeer zoals vliegtuigen, helikopters en zweeftoestellen.

Leef de actuele dronewetgeving na

Regels wijzigen geregeld. Check bij twijfel de regelgevingspagina of de officiële bronnen van Rijksoverheid en RDW.

Regelgeving

3Na de vlucht

Sla alle foto's en video's direct op

Voorkom dataverlies door bestanden meteen veilig te stellen voordat je de kaart later opnieuw gebruikt.

Berg de drone zorgvuldig op

Gebruik de meegeleverde case of een speciale dronekoffer om schade tijdens transport te voorkomen.

Controleer de drone op schade

Maak het toestel schoon en inspecteer propellers, motoren en behuizing op slijtage of beschadiging.

Schakel de motoren direct uit na landing

Voorkom dat zand of vuil door de wind van de propellers tussen de mechaniek komt.